Fiscus moet langer schuldsaneringstraject accepteren bij 100% aflossing

Geplaatst op: 05 -11 -2019

Stelt een schuldenaar een schuldsaneringsregeling voor waarbij alle schulden volledig worden afgelost, dan moet de Belastingdienst als preferente schuldeiser een verlenging van het schuldsaneringstraject accepteren, als dit in het belang is van de concurrente schuldeisers.

Een echtpaar heeft diverse schulden aan verschillende schuldeisers, waaronder de Belastingdienst. De totale vordering van de Belastingdienst – ruim de helft van de schulden – betreft voor het overgrote deel een preferente vordering. Het echtpaar doet hun schuldeisers een voorstel voor een schuldsaneringsregeling, waarbij zij in zestig maanden alle schulden voldoen. Op de Belastingdienst en een factoringsbedrijf na gaan de schuldeisers akkoord. De Belastingdienst wil niet meewerken omdat deze voorgestelde regeling afwijkt van het beleid van de fiscus dat een minnelijk akkoord hooguit 36 maanden beslaat. Bovendien wil de fiscus als houder van een preferente vordering tweemaal zoveel uitgekeerd krijgen als andere schuldeisers. Het echtpaar verzoekt daarom Rechtbank Midden-Nederland om een dwangakkoord dat de Belastingdienst en het factoringsbedrijf verplicht om in te stemmen met het voorstel.

Volgens Rechtbank Midden-Nederland zijn uitzonderingen op de duur van reguliere minnelijke trajecten van een maximaal 36 maanden niet uitgesloten. Ook het interne beleid van de fiscus verhindert dit niet. Vaak wordt bij een schuldsaneringstraject van 36 maanden slechts een deel van de schulden afgelost. Nu de echtgenoten de zware last op zich nemen om de volledige schuld te betalen, mag daar een verlenging van de trajecttermijn tegenover staan, zodat het echtpaar per maand minder hoeft af te lossen. Verder hoeft een schuldenaar die zijn schulden volledig aflost geen onderscheid te maken tussen concurrerende en preferente schuldeisers, aldus de rechtbank.

Ook het belang van de overige schuldeisers is gediend bij een verlenging van het schuldsaneringstraject. Bij een schuldsaneringstraject van hooguit 36 maanden zou de fiscus 82,93% van de vordering uitbetaald krijgen en de concurrente schuldeisers slechts 41,46% van hun vorderingen. Volgens de rechtbank weegt dit grote verschil in uitkering zwaarder dan de belangen van de Belastingdienst en het factoringsbedrijf. De rechtbank wijst daarom het verzoek om het dwangakkoord toe.

Bron: Rb. Midden-Nederland 25-06-2019 (publ. 31-10-2019)